~ Meditatie ~

 

Twee spreuken voor de biddag

Het bezit van een rijke is zijn sterke stad
de armoede van de armen is hun ondergang.

Het werk van de rechtvaardige is ten leven
het inkomen van een goddeloze is tot zonde. (Spreuken 10: 15, 16) 

Wie ja en amen op de eerste tekst zegt, laat zien dat hij net zo denkt als de wereld. Het lijkt zo waar: als je rijk bent, sta je sterk. Als je arm bent, dan wordt dat je ondergang. Zo denkt de mens zonder God. Zo denkt ook de oude mens in de gelovige. Maar het klopt niet.
Rijke mensen prijzen zich gelukkig omdat zij rijk zijn. Hierin vergissen zij zich. Het bezit van een rijke is in zijn verbeelding een sterke stad. Hij waant zich veilig met zijn rijkdom. Maar rijkdom kan ons niet beschermen tegen het ergste kwaad. Gezegend is die rijke die niet vertrouwt op zijn rijkdom, maar op de Heere Jezus Christus.
De armen vergissen zich ook als zij denken dat de armoede hun ondergang is. ‘Zij zijn er terneergeslagen onder, terwijl men toch heel aangenaam en opgewekt kan leven, al heeft men niet zoveel om van te leven, als men maar tevreden is en een zuiver geweten bewaart en leeft door het geloof.’ (Matthew Henry)
Laten wij daarom bidden: ‘Armoede of rijkdom geef mij niet, voed mij met het brood van het mij bescheiden deel.’ Zo leert deze eerste tekst ons de goede gebedshouding. 

De tweede tekst leert ons de goede werkhouding. De rechtvaardige doet eenvoudig het werk waar God hem toe geroepen heeft. Hij is niet gericht op zoveel mogelijk geld krijgen, maar hij vervult zijn taken trouw. Zo’n werkhouding is ten leven voor hemzelf en voor anderen. Hij wil ook nog graag iets uitdelen aan anderen.
Maar het inkomen van de goddeloze is tot zonde. Het gaat bij hem niet om het werk, maar om het inkomen. Zijn geld dat is zijn doel, zijn trots zijn overdaad, zijn zonde. Hij doet er geen goed mee, maar kwaad. Hij denkt alleen aan zichzelf als hij werkt, niet aan een ander, laat staan aan God.
Hoe gaan wij bidden voor gewas en arbeid? De HEERE kan Zijn zegen niet geven over het inkomen van de goddeloze, alleen over het werk van de rechtvaardige! En. . . een krachtig gebed van de rechtvaardigen vermag veel.